Mijn allerliefste Zoons, Mijn allerliefste Dochters, Mijn allerliefste Kinderen,
Jullie zijn van Mij; Ik hou van jullie met een vaderlijke en broederlijke liefde zoals niemand anders kan houden — het is een buitengewoon lieve dat alle aardse loven overtreft. Ik hou van jullie om jullie zelf, maar ook voor Mijn eigen zake; Ik geef jullie Mijn Liefde in overvloed, maar jullie — of ten minste weinigen onder jullie — begrijpen niet wat deze Liefde is.
Deze Liefde heeft Mij gedreven om jullie te willen redden; dat begrijpt jullie, maar op kosten van Mijn eigen Leven, van intense morele, geestelijke en lichamelijke lijden — en dat begrijpen jullie minder. De lichamelijke pijnen waren intens; Mijn morele lijden waren verschrikkelijk; en mijn geestelijke lijden nog erger.
Ik leed wat te vergelijken is met de hel, hoewel Mijn Ziel — zo zuiver, zo goddelijk — dit alleen in het moment van Mijn laatste strijd onderging, toen, verlaten door God en mensen, alleen en zonder hulp, Ik me zagen geconfronteerd met schande, verstikking, met de uitgestrekte greep van duizenden, honderdduizenden demonen, allen stinkend, afschrikwekkend, verpest en echt verschrikkelijk.
Mijn strijdbare Ziel wilde zich niet intimideren laten; het wilde zich niet keten; het wilde zich niet gevangennemen; maar God vecht niet, Hij slaat niet toe, Hij daalt niet neer tot kwaad, en tegenover het totale Kwaad bewaardt Hij Zijn Majesteit, Zijne Almachtigheid, Zijn Gerechtigheid en Zijn Superioriteit. Mijn Ziel, alleen gelaten door de feit dat het alle zonden van de mensheid op zich droeg, behield Haar ware staat van heiligheid, boete, nederigheid en Majesteit, Autoriteit en Strenge tegenover Kwaad, en deze staat overstijgt ondanks de zonden waarmee zij was bekleed.
Daarom, in een opeenhoping van kracht die voor de hellegeschouder onvoorstelbaar is, ontkleedde Ik Mijzelf voor haar van dat verschrikkelijke gewaad waarmee Ik was bekleed. Dit was mijn tweede ontkleding, de eerste was die van de totale nederigheid waarmee Ik het Kruis aanvaardde, de vernederingen, de slagen en de lichamelijke dood. Deze tweede ontkleding, die van Mijne Ziel, was een andere overwinning, en Ik verscheen in het midden van de demonen met een onverwachte witheid, zo stralend dat zij haar glans niet konden verdragen; mijn goddelijke Autoriteit joeg hen weg van Mij terwijl Ik Mijzelf bevrijdde van hun druk, zonder een woord, alleen door mijn Autoriteit en mijn Overheersing.
Ik stieg toen op uit de onderwereld, doorkruiste ik de verschillende sferen van het onzichtbare wereld; Ik bracht daar hoop, bevrijding voor de Rechtvaardigen, en voor de zieke om te genezen, opende Ik hun de poorten van het Vegfeur.
Mijne Ziel, alleen achtergelaten na de dood van Mijn Lichaam, werd herenigd met den Goddelijken Geest, Hij die God is; Ik verrijste Mijn Lichaam en vond Zo Mijzelf weer volledig: Lichaam-Ziel-God.
Deze laatste beproeving is weinig bekend bij de mijen eigen; het was diepgaand, intensief, verschrikkelijk, maar toch overwinend. Mijn Passie is al zo grondig geanalyseerd, gebeden over, gemediteerd en beschreven, evenals de grootsheid van Mijne Dood aan het Kruis, maar Ik heb niet verteld over de bijzondere en persoonlijke beproeving van Mijne Ziel na mijn lichamelijke dood.
De proef was nog niet voorbij na mijn laatste adem op het kruis; deze laatste proef was net zo moeilijk, angstaanjagend en dodelijk voor Mijne Ziel als mijn fysieke dood aan het Kruis.
Had ik niet mijn hele leven gewijd aan het weerstaan van verzoeking, dan had ik deze finale strijd niet kunnen doorstaan. De confrontatie tussen de Goddelijke Ziel en het totale kwaad was zo groot dat, net zoals ik tegen de duivel in de woestijn zei: “Je zult de Heer je God niet tenten” (Mt 4:7), ik mij toen aan hen allen openbaarde in de onbevlekte witheid van mijn ware Wezen, “Licht geboren uit Licht, waarachtige God geboren uit waarachtige God ” (Nicene Creed). Ze lieten los en ik verdween voor altijd buiten hun bereik.
Mij kinderen, ik heb alles geweten, ik heb alles gelijd, maar ik ben nooit ten prooi gevallen aan zonde, die grote zwakte van de mensheid. Ik droeg het, maar nam er nooit deel in. Los je af van zonde door mijn voorbeeld en door mijn genade zal jullie de hemel bereiken waar zonde niet bestaat. Ik wacht op jullie daar; ik heb de deur voor jullie opengezet. Volg mij na, volg mijn voetsporen en ik zal jullie welkom heten in Mijne goddelijke Woonplaats waar ik een plaats voor jullie bereid — jouw eigen, die ik voor altijd voor jullie heb gereserveerd.
Ik heb nog veel dingen om je te vertellen — zaken van vandaag en zaken van morgen, dingen van de wereld en andere van de hemel — maar weet dat de dingen van de hemel altijd het belangrijkst zijn: “De hemel en de aarde zal vergaan, maar Mijn woorden zullen nooit vergaan. ” (Mt 25:35) (Lk 21:33).
Ik zegene jullie, mij kinderen, in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest †. Zo moet het zijn
Jouw Verlosser en jouw God
Bron: ➥ SrBeghe.blog